Menu

LIV WERKT EVIDENCE BASED: DEPRESSIE EN BEWEGEN

Covid-19 en depressie

Tijdens deze COVID-19-periode worden huisartsen, psychiaters en psychologen  overspoeld door vragen van mensen met depressieve- en angstklachten. Dit is een normale reactie op deze uitzonderlijke situatie van dreigende besmetting, financiële- en werkonzekerheid, en sociale isolatie. Depressieve- en angstklachten kunnen leiden tot gedrags- of gezinsproblemen of overmatig gebruik van alcohol of slaap- en kalmeringsmiddelen in een poging om met negatieve gevoelens en stress om te gaan.

Onderscheid tussen depressie en depressieve klachten

 Depressie is een psychische aandoening met twee kernsymptomen: een sombere stemming en een verlies van interesse of plezier in (bijna) alle activiteiten. De klachten duren minstens 2 weken, en naast de kernsymptomen zijn er nog andere klachten:

  • ongewilde gewichtstoename of gewichtsverlies;
  • bijna dagelijkse slapeloosheid of slaperigheid;
  • uitgesproken rusteloosheid of geremdheid;
  • dagelijkse vermoeidheid of verlies van energie;
  • gevoelens van waardeloosheid of schuldgevoel;
  • dagelijks verminderd concentratievermogen of besluiteloosheid;
  • terugkerende doodsgedachten.

In totaal moeten er 5 symptomen aanwezig zijn voor de diagnose van depressie. Het kan zijn dat je bepaalde symptomen herkent, maar dat ze van voorbijgaande aard zijn. We spreken dan over depressieve klachten. Veel mensen kunnen last hebben van depressieve klachten, zoals na een relatiebreuk of werkverlies.

Depressie is een complex probleem; het gevolg van een wisselwerking tussen een biologische kwetsbaarheid (erfelijkheid) en bepaalde persoonlijkheidskenmerken zoals perfectionisme, afhankelijkheid van anderen, en weinig probleemoplossende vaardigheden. De uitlokkende factoren zijn vaak stresserende levensgebeurtenissen, zoals ziekte, verlieservaringen, en veranderende levensomstandigheden.

LIV publiceerde een internationaal artikel rond bewegen bij depressie  

Het gedreven en creatief multidisciplinair LIV team is gespecialiseerd in de terugkeerbegeleiding en bemiddeling van mensen met psychische aandoeningen, zoals depressie. LIV werkt wetenschappelijk onderbouwd (evidence based) en publiceert regelmatig in (inter)nationale tijdschriften. Yves Moriën, directeur  en klinisch psycholoog, Jan Knapen, psychomotorisch therapeut en wetenschappelijk medewerker, Davy Vancampfort (KU Leuven) en Yannick Marchal (Vrije Universiteit Brussel) publiceerden een artikel rond bewegen bij depressie in journal Disability and Rehabilitation.

Knapen, J., Vancampfort, D., Moriën, Y., & Marchal, Y. (2015). Exercise therapy improves both mental and physical health in patients with major depression. Disability and Rehabilitation, 37(16), 1490-1495. lees het artikel

Voor milde en matige depressies is het effect van bewegen vergelijkbaar met het effect van antidepressiva en psychotherapie. Voor ernstige depressies kan lichaamsbeweging een complementaire therapie zijn naast antidepressiva en ondersteunende gesprekken bij een psycholoog of psychiater. Daarenboven verbeteren bewegingsinterventies de lichaamsbeleving, de kwaliteit van leven en de fysieke fitheid. Bewegen is een gezonde strategie om met stress om te gaan.

Depressie en lichamelijke aandoeningen, een vicieuze cirkel

 Mensen met depressie of depressieve klachten zijn over het algemeen fysiek minder actief dan de algemene bevolking. Denk maar aan de specifieke depressieve symptomen, zoals vermoeidheid, energie- en interesseverlies, en gevoelens van waardeloosheid. Een tekort aan lichaamsbeweging is naast andere ongezonde leefstijlfactoren een belangrijke risicofactor voor het ontwikkelen welvaartsziektes zoals obesitas, diabetes type 2, en cardiovasculaire aandoeningen. Gezien de wederzijdse beïnvloeding tussen depressie en somatische aandoeningen, dreigen deze personen in een vicieuze cirkel terecht te komen. Bewegingsprogramma’s op maat van de individuele mogelijkheden en beperkingen kunnen mensen met depressie helpen uit de depressieve put te klimmen. Bewegen heeft immers een positief effect op zowel de depressieve klachten als op chronische lichamelijke aandoeningen.

Interacties tussen risicofactoren, depressie en somatische aandoeningen

Depressie en bewegen: een paradox

Personen met depressie/depressieve klachten ervaren meerdere barrières ten aanzien van bewegen zoals een laag zelfbeeld en weinig zelfvertrouwen, sociale angst en angst om te bewegen, weinig energie en motivatie, een zwakke fitheid en somatische gezondheidsproblemen, overgewicht, en hopeloosheid. Om deze hindernissen te overwinnen hebben ze nood aan motivationele ondersteuning.

In het artikel geven de auteurs concrete bewegingstips voor mensen met depressie/depressieve klachten en adviezen voor hulpverleners.

Bewegingstips voor mensen met depressie

  • Kies een activiteit waar u plezier aan beleeft; ga na welke activiteit u vroeger als aangenaam ervaren hebt.
  • Het groepsaspect is belangrijk omdat depressieve mensen de neiging hebben zich sociaal te isoleren. Sluit u aan bij een wandel- of badmintonclub. Spreek af met een buurvrouw.
  • Leer luisteren naar de signalen van uw lichaam. Het is niet nodig om steeds uw grenzen te verleggen, te zware inspanningen kunnen immers negatieve gevoelens versterken.
  • Vermijd competitie en prestatiedruk. Dit geldt in het bijzonder voor mensen die zeer onzeker zijn. Vergelijk u niet met anderen, maar evalueer uw persoonlijke psychische en lichamelijke vooruitgang. Het is vooral belangrijk dat u ervaart dat u zelf uw mentale en lichamelijke gezondheid kunt verbeteren.
  • Bij aanvang van nieuwe bewegingsactiviteiten kunnen er tijdelijk lichamelijke en psychische ongemakken optreden, zoals spierpijn of angst voor bepaalde lichamelijke sensaties (verhoogde hartslag, versnelde ademhaling, zweten). Zorg daarom voor een goede opwarming en stretching na de activiteit en bouw uw inspanningen vooral rustig op.
  • Vraag advies aan uw arts indien u lichamelijke problemen hebt en/of medicatie neemt.

Adviezen voor hulpverleners

  • Onderzoek de bewegingservaring en de motivatie tot bewegen. Stel vragen naar de voorkeursactiviteiten.
  • Ga na in welke mate en hoe psychische en lichamelijke problemen deelname aan bewegingsactiviteiten hebben beïnvloed.
  • Bespreek vroegere faalervaringen. Faalervaringen hebben een negatieve impact op de motivatie, het zelfbeeld en zelfvertrouwen.
  • Houd rekening met het niveau van fysieke activiteit, de persoonlijke doelstellingen en verwachtingen, en de nevenwerkingen van psychofarmaca.
  • Focus op de onmiddellijke effecten van bewegen namelijk, stressvermindering, een verhoging van het energieniveau, afleiding van negatieve denkpatronen, een verbeterd concentratievermogen en een verbeterde slaapkwaliteit.
  • Zoek naar mogelijkheden om fysieke activiteiten in het dagelijks leven in te bouwen.
  • Zoek naar facilitators op emotioneel, gedragsmatig, interpersoonlijk vlak.
  • Herval of afhaken is eerder regel dan uitzondering. Benadruk dat actiever worden een proces is van vallen en opstaan. Bespreek schuldgevoelens, zoek eventueel naar een alternatieve bewegingsactiviteit, en benadruk het belang van sociale steun om opnieuw te starten.

 

© LIV aan het werk 2020 - Privacyverklaring